kunst

De Stijl van Mondriaan

De Stijl van Mondriaan

In 1998 werd Mondriaans Victory Boogie Woogie voor het duizelingwekkende bedrag van 80 miljoen gulden aangekocht door de Nederlandse staat.

Tachtig miljoen voor een schilderij dat niet eens af was. Bi-zar. Het is nu nog een bi-zar bedrag, alhoewel de kunstwereld tegenwoordig de wenkbrauwen zelfs niet meer lichtjes omhoog trekt bij zulke getallen. Maar toen veroorzaakten het bedrag én het schilderij op zijn zachtst gezegd nogal wat reuring. En onbegrip. Weerstand.

Nou is weerstand en onbegrip de abstracte kunst niet vreemd. Van alle stromingen wordt de moderne variant wel het meest de ontoegankelijke, onbegrijpelijke, vage, moeilijke, afstandelijke ver-van-mijn-bed-show gevonden. Een koe is een koe tenslotte, maar strepen, vlakken en cirkels, dat kan van alles zijn. En daar houdt het voor veel mensen op. Het is niet direct duidelijk waar het om gaat.

Realistische werken zijn makkelijker te begrijpen dan abstractie tot in het uiterste, zoals Piet Mondriaan en Theo van Doesburg deden met De Stijl.

Bij iets wat herkenbaar is, maak je nou eenmaal sneller een eigen verhaal dan met een paar vierkanten en lijnen die verder (op het eerste gezicht) niks voorstellen.

“Lulkoek.” roept Maarten van Rossem dan ook tegen zijn zus, kunsthistorica Sis, als ze hem vertelt over het werk en de ideeën van Mondriaan. En tegen een ander schilderij en niemand in het bijzonder: “Het zijn gewoon gekleurde strepen.” (video vanaf 26:49)

Soms lijkt het wel alsof kunst niet zonder wollig taalgebruik kan, zeker als het om de abstracte kunst gaat. Maar het kan best concreter. Zonder daarbij afbreuk te doen aan het werk of de kunstenaar.

Je kunt Mondriaans abstracte werk reduceren tot lijnen en vlakken.

Maar je kunt ook de moeite nemen om de kunstenaar wat beter te begrijpen. Waarom doet hij wat hij doet? Waarom is het schilderij zo geworden?

Laten we de Victory Boogie Woogie er eens bij pakken. Het wordt het hoogtepunt van Mondriaans oeuvre genoemd. Ook meteen het laatste, want hij is gestorven toen het werk nog niet af was.

Mondriaan was een man met vergaande ideeën over de kunst.

Hij begon met realisme, maar werd geïnspireerd door het kubisme (Picasso, Braque) en trok deze lijn verder door. Samen met Theo van Doesburg richtte hij in 1917 het tijdschrift De Stijl op. Mondriaan schreef artikelen om zijn ideeën te verduidelijken, maar dat kwam niet bij iedereen over.

Mondriaan ging naar Parijs, waar zijn extreme abstractie niet verkocht. Als je foto’s van toen terug ziet, denk ik dat het te schokkend was. Te anders dan wat men tot dan toe gewend was. Zelfs het kubisme had meer realisme dan de kunst van De Stijl.

Hij hield van muziek en dansen, was vooral een jazzliefhebber. Hij vond het ritme van dansen een mooie aanvulling op zijn schilderijen. In de oorlogsjaren van WOII ging hij naar New York en maakte hij kennis met de boogiewoogiemuziek.

In New York had hij uitzicht op de skyline van Manhattan en hij werd daar geïnspireerd tot het maken van de Broadway Boogie Woogie en later de Victory Boogie Woogie. De dynamiek van de stad vertaalde hij naar een lijnenspel in zwart met vlakken in primaire kleuren. De stijl waar we hem het best van kennen.

Het gevoel dat hij bij het uitzicht had, wilde hij op het doek krijgen.

Het was voor hem geen kwestie van rechte lijnen overnemen en op een doek schilderen. Er moest ritme in zitten en balans. Het moest een harmonieus geheel zijn. Een schilderij was pas af als het in zijn ogen het juiste evenwicht had. En daar kon hij lang mee bezig zijn.

Je kunt je voorstellen hoe Mondriaan vanuit zijn werkplek de bewegingen van de stad beneden hem zag. Beweging binnen het bekende Amerikaanse lijnenspel van wegen en gebouwen. De ‘yellow cabs’ , de drukte van het verkeer, de grafische omgeving van een stad als New York.

In de Victory Boogie Woogie komt alles samen waar Mondriaan voor stond.

Alle vorm is verdwenen, niks is herkenbaar, maar teruggebracht naar wat hij de meest ultieme vorm van kunst vond. Hij werd beïnvloed door de wereld om hem heen, maar wilde geen letterlijke vertaling van wat hij zag.

Dat was de stijl van Mondriaan.

Als je eenmaal weet hoe een werk tot stand is gekomen, wordt dat werk dan automatisch mooier? Het kan, maar het hoeft niet. Maar je waardeert wel meer de visie en ideeën van de kunstenaar, ongeacht of het eindresultaat een toonbeeld is van techniek en schoonheid.

De Victory Boogie Woogie heeft Mondriaan niet af kunnen maken.

Ik hoop in ieder geval dat zijn rechte lijnen en vlakken in je hoofd nu de beweging en de dynamiek krijgen die Mondriaan vanuit zijn studio zag.