kunst

De vloek van de kunstenaar

De vloek van de kunstenaar

Een kijkje in het brein van een willekeurige maker:

“We gaan beginnen!"
“Dit gaat niet goed.”
“Ja, het wordt nog wat!”
“Ben ik te ver gegaan?”
“Nee, niet ver genoeg.”
“Er moet nog wat bij.”
“Dit is te veel.”
“Ohgrgrmmhgrwahh” (puzzelwoord: uitroep van frustratie, 3x woordwaarde)
“Nou, klaar dan maar. Denk ik.”
“Beetje bijwerken nog.”
“Klaar. Afblijven nu!”

Dit is een sterk verkorte versie van de gemiddelde gedachtegang die je hebt als je iets aan het maken bent. Je bent gewaarschuwd als je dit nog niet wist.

Elk kunstwerk kent 3 crisissen.

Ongeacht wat je voor kunst of creatief werk maakt, of het nou een schilderij is of een beeldhouwwerk of wat dan ook, op minimaal 3 momenten in het proces stel je jezelf de vraag: “Waar zijn wij nou helemaal mee bezig…?”

En dat elke keer dat je aan iets begint. Dat stemmetje dat maar commentaar blijft geven, je heen en weer slingert tussen enthousiasme en frustratie. Je weet wel: dat stemmetje dat zijn mond niet houdt.

Het wordt wel de vloek van de kunstenaar genoemd.

En elke maker heeft er mee te maken. Elke schilder, schrijver, fotograaf, beeldhouwer kent het: de gedachte dat het niks is, niks wordt en dat je maar beter andere dingen kunt gaan doen.

En er is geen verschil tussen mannen en vrouwen, geen verschil tussen jong of oud, het maakt niet of je beroemd of onbekend bent. De vloek is niet selectief.

In je werk uit zich dat in crisissen. Minimaal 3 dus.

Als eerste crisis voer ik op: het begin.

Je hebt een idee in je hoofd, maar voordat dat idee kant en klaar uitgevoerd is, ben je een tijdje verder. In het begin zie je natuurlijk nog geen eindresultaat.

En omdat je nog een flinke weg te gaan hebt, hoor je het stemmetje: “Dit wordt helemaal niks.”

Maar je zet door. Je weet het: creëren kost wat moeite. Het gaat niet zonder slag of stoot.

En dan volgt de tweede crisis. Het midden.

Je bent het ‘Dit wordt niks’-stadium voorbij, maar nu kom je in de half-af fase. Die is tricky. Je ziet nog niet het resultaat dat je in je hoofd had en de kans is aanwezig dat het een misbaksel wordt. Nu krijg je te maken met een andere besluitvorming: doorgaan of stoppen.

Want het kan natuurlijk nog wat gaan worden. Maar ook helemaal niks.

En als het niks wordt, heb je een hoop tijd verspild. Waarin je dingen had kunnen doen die wel geslaagd zouden zijn. Waarschijnlijk. Of misschien niet.

En wanneer stop je in vredesnaam?

Tadaaa! Crisis numero 3: het eind.

Aan iets beginnen is één ding, maar wanneer is het klaar? Wanneer is de laatste penseelstreek gezet, wanneer staan de puntjes op de i, wanneer is het AF?

Te ver doorgaan en de kans bestaat dat je het werk verziekt. Te vroeg en je bent hopeloos ontevreden.

Hoe ga je ermee om?

Want het gaat niet weg.

Accepteren dat het erbij hoort is de enige tip die ik je nu kan geven. Dat is meteen de rottigste tip, want voor accepteren bestaan geen vaste regels om het te doen.

Ik vermoed dat het innerlijk gevecht tot onze dood er zal zijn.

Want je wilt je beste werk neerzetten. Alles geven. En daar hoort blijkbaar de continue strijd tussen zelfvertrouwen en zelfsabotage bij.

De ene keer zal je je makkelijker er bij neer kunnen leggen dan de andere keer. Laat het je in ieder geval niet tegen houden. De handvatten om er mee om te gaan zullen zich vanzelf aandienen.

Karel Appel schijnt gezegd te hebben over de derde crisis: “Ik kijk het werk af.”

Het is een poging waard.

Had hij trouwens nog tips voor de andere momenten?