Kleur in de mode: weeldewetten en een chemisch ongelukje

Kleur in de mode: weeldewetten en een chemisch ongelukje

Als je in de Middeleeuwen had geleefd, had het dragen van kleur je de kop kunnen kosten.

Financieel was het al een aderlating, want pigmenten waren duur. Kleurstof maken en stof verven was een kostbaar, arbeidsintensief en tijdrovend proces. En daarbij bestonden er ‘weeldewetten’. Wetten waarin stond wie wat waar wanneer in welke kleur en stof mocht dragen. Je straf als je je er niet aan hield? De dood.

Gelukkig leven we in de 21ste eeuw en bestaan weeldewetten niet meer, hooguit etiquetteregels. Kleur (en stof) is inmiddels betaalbaarder en toegankelijker geworden. Dankzij het ontdekken van de wereld, industriële en sociale ontwikkelingen en een chemisch ongelukje in 1856.

Alle kleuren en stoffen zijn bereikbaar voor wie dat wil. Je kunt met je kleding laten zien wie je bent of wilt zijn. Daar gaat wel een hele geschiedenis aan vooraf.

HOE MAAK JE KLEUR

Kleurstoffen hebben lange tijd een natuurlijke oorsprong gehad. Rood kwam bijvoorbeeld van een stel luizen genaamd cochenille en kermes. Rood was de duurste verf die er in de Middeleeuwen bestond. Blauw kwam in Europa van de plant wede, in warmere gebieden van de indigoferaplant. De schillen van walnoot zorgden voor bruine en zwarte pigmenten. En als je een witte stof wilde, moest je het weken in karnemelk en daarna in de zon leggen.

In 1856 kwam de omwenteling op kleurengebied. De Engelse scheikundige Perkin was met een experiment bezig dat niks met kleur te maken had. Maar hij kwam door de mislukte proef met een paarsig residu te zitten dat toevallig heel goed bleek te hechten op stof en niet vervaagde. De kleur ‘mauve’ was geboren.

Dit luidde een nieuw tijdperk in van kleurstoffen op synthetische basis. Na de ontdekking van Perkin kon er op grotere schaal kleurstof gemaakt worden die minder kostbaar was en minder tijd kostte om te maken. Een paar decennia later was de wereld een stuk kleurrijker geworden met 2000 nieuwe tinten.

WIE BEN JE EIGENLIJK?

Kleur in kleding is van oorsprong een middel geweest om de hiërarchie te bepalen. Je moest door middel van je kleding laten zien wie je was, welk beroep je had en wat je positie op de sociale ladder was. Dat was ook handig, voor het geval je in het wild een hoger geplaatste persoon tegen zou komen, dan kon je op basis van zijn kleding en kleurgebruik zien hoe je hem aan moest spreken.

Pigmenten waren kostbaar, dus hoe meer geld je had, hoe meer kleur (en mooiere kleuren) je je kon veroorloven. In de weeldewetten werd haarfijn uitgelegd wie wat mocht dragen.

Het kleurbeeld werd in de Middeleeuwen bepaald door de heersende vorst of vorstin. Zo hanteerde Filips II van Spanje een sober palet, waar Henry VIII en Lodewijk XIV wat uitbundiger waren in het tonen van hun rijkdom.

Veel verder dan het hofleven kwamen de ‘mode’kleuren tot het begin van de 18e eeuw niet. Maar goed, als eenvoudige burger van lagere komaf kon je dat niet eens betalen. Wit, naturellen en fletse tinten waren dan jouw kleuren.

Sinds de komst van de moderne mode in de 18e eeuw werd het strikte hiërarchische onderscheid door middel van kleding minder. Daarvoor moest je in Parijs zijn. De hogere klassen gingen zich mengen met de lagere klassen en grenzen tussen het Franse hof en de stad vervaagden. Tel daar bij op een veranderende (lossere) levensstijl, meer consumptie en een grotere verspreiding van kranten en modebladen en je ziet de moderne mode ontstaan die voor meer mensen bereikbaar werd.

Exit weeldewetten dus. Niet dat voorgeschreven kleuren nu niet meer bestaan. Het is nog steeds handig om mensen van een bepaald beroep te kunnen herkennen. Denk aan legergroen en marineblauw: je weet over wie ik het heb en welke kleur zij dragen. Maar als eenvoudig burger heb je meer mogelijkheden tegenwoordig.

KLEUR IN DE MODE

In de 20ste eeuw draait kleding en kleur niet meer om je positie op de sociale ladder, maar gaat het steeds meer om uiting van je identiteit. Er is geen vorst meer die het kleurbeeld bepaalt. Er is geen beperking meer wat betreft de beschikbare kleuren en stoffen.

Kleur in de moderne mode is dynamisch. Het palet blijft nooit hetzelfde. Het nieuwe kleurbeeld is een reactie op het oude, dat weer gebaseerd is op wat er op dat moment speelt. Je ziet daardoor de tijdgeest terug in het modebeeld.

In de eerste helft van de 20ste eeuw wordt Europa geteisterd door oorlogen. Deze moeilijke tijd vertaalt zich naar een sober, eenvoudig en gedempt kleurenpalet. Als de oorlog is afgelopen is er weer behoefte aan kleur.

Na WOII volgen de kleurbeelden elkaar in rap tempo op. De ‘brave’ jaren ’50 worden gevolgd door de abstracte, futuristische jaren ’60 met primaire kleuren en strakke lijnen. Eind jaren ’60 komt de flower power op met zijn wijde kleding en bonte kleuren. In de jaren ’70 zie je de punkbeweging zich afzetten tegen de gevestigde orde met veel zwart en fluorescerende accenten in roze, groen en blauw.

Aan het einde van de 20ste eeuw komen veranderingen in het kleur-en modebeeld inmiddels van allerlei kanten. Kruisbestuivingen van verschillende disciplines zorgen voor nieuwe ideeën. Kunst, muziek, tijdgeest, technologie, geschiedenis, andere culturen, nieuwe denkbeelden: ze beïnvloeden elkaar en komen onder andere tot uiting in een nog steeds veranderend modebeeld.

Modekleuren volgen een cyclus, of ze nou spontaan ontstaan of bedacht zijn. Het is nooit hetzelfde. Op zwart en wit na dan. Dat zijn in principe de enige constanten in een voortdurend wisselend kleurenpalet.

AAN DE SLAG MET KLEUR

Waar je je in de geschiedenis ook bevindt, kleding is altijd meer geweest dan enkel een manier om je te beschermen tegen kou en regen en een bedekking van het naakte lichaam. En kleur is altijd meer geweest dan een pigment.

Met kleur en kleding kun je een eigen identiteit en uitstraling ontwikkelen, verbeteren of verfraaien. Hoe sterk je uitstraling is, hangt af van meerdere factoren. Zoals: de kleurtint die je gebruikt, in welke hoeveelheid, welke stoffen je draagt, de stijl van je kleding en wat de andere kleuren van je outfit zijn. Het werkt allemaal met elkaar samen.

Het maakt mode en kleur boeiend, inspirerend en uitdagend. En nu het dragen van kleur je de kop niet meer hoeft te kosten, is het de moeite waard om er mee aan de slag te gaan.