kleur

Groter huis nodig? Schilder je muren (niet) wit

Groter huis nodig? Schilder je muren (niet) wit

Wit maakt een ruimte groter, wordt er gezegd. Wil je een kamer zo groot mogelijk maken, dan moet je je muren vooral wit schilderen.

Hele hordes praten elkaar angst voor kleur aan. ‘Doe maar niks met kleur, want alle muren komen op je af en in plaats van een riant herenhuis zit je dan opgescheept met een bezemkast. Zo klein voelt het als je geen wit gebruikt.’

Voor de duidelijkheid: we hebben hier te maken met een gevoel dat een kamer groter lijkt. Letterlijk een kamer groter maken kan alleen als je er ook letterlijk meters aanplakt. Jij zegt nu misschien “Duh!”, maar je hebt mensen die verwachten dat een muur van 2,40 m hoog daadwerkelijk 2,60 m wordt als je hem wit maakt.

Gaat ‘m niet worden.

Waar de kleur zwart in de mode een reputatie heeft als afslankend middel, heeft wit een zelfde soort status. Maar dan in het interieur en met het tegenovergestelde in resultaat.

Maar net als met zwart in de kleding is met wit ook sprake van een misvatting die mythische proporties heeft gekregen. Ik moet je teleurstellen:

Wit maakt je huis niet groter, net zo min als zwarte kleding je er slanker uit laat zien.

Dus hoe is deze mythe ontstaan?

In tegenstelling tot de uitdrukking ‘zwart kleedt af’, die ik nog niet naar een oorsprong heb weten te herleiden, is het voor wit een duidelijker verhaal.

Je zou anders denken in deze tijd, maar wit was nooit een overheersende kleur in het interieur. Er werd juist veel kleur gebruikt en aandacht geschonken aan een goede balans in het kleurenpalet.

Alleen in het zevende decennium van de 20ste eeuw liep het een beetje uit de hand.

In de jaren ’70 werd het op interieurgebied echt bont. Wie daar in is opgegroeid, kent het wel: gordijnen met grote bloemen naast behang met grote bloemen, oranje vloerbedekking met donkerbruine meubels.

Alles was veel, overdadig, vol en kleurrijk. Het interieur zag er letterlijk en figuurlijk ‘zwaar’ uit.

En toen was daar Jan.

Jan had een plan. Hij introduceerde een compleet nieuwe aanpak van het interieur. Jan was radicaal. Voor Jan bestond maar één structuur en dat was glad. En één stijl en dat was strak.

Jan kende ook maar één kleur en dat was wit. Nogal schokkend als je het vergelijkt met de bonte jaren ‘70. Van ‘bont’ naar ‘blanc’ dus. Van donker en ‘in your face’ naar licht en leegte.

Het contrast van het wit van Jan met de hysterische jaren ’70 was als dag en nacht. Het bedompte maakte plaats voor het frisse. Mensen merkten ineens hoe benauwd ze hadden gewoond. Ze ontdekten dat ze meer huis leken te hebben dan ze dachten door simpelweg de stijl van Jan te volgen.

Zo ontstond de mythe dat wit alles groter laat lijken.

Want het wit viel op, omdat het zo radicaal anders was en door het hele interieur wit te maken, leek het alsof alleen de kleur het huis groter maakte dan het was.

Maar Jan deed veel meer dan enkel de bonte kleuren vervangen door spierwit. Het hele interieur werd op de schop genomen.

Hij dacht na over alles in een ruimte. Kleur, meubels, stijl. Eerst kijken naar de verhoudingen van een ruimte en dan in gaan richten. Hij halveerde bijvoorbeeld de hoeveelheid meubels, zorgde ervoor dat wat er wel stond ook paste en dacht na over het geheel.

Net als in de mode, gaat het in het interieur niet alleen om de kleur.

Het ging bij Jan ook niet alleen om het wit. Het was een optelsom van een aantal onderdelen die zorgden voor een ruimtelijk totaalplaatje.

Dus je huis helemaal wit schilderen heeft geen nut, maar er zijn manieren om je huis groter te laten lijken. Wat je mogelijkheden zijn, hangt af van jouw situatie. Ik help je graag verder.

 

Wil je meer weten? Neem contact met mij op.